Eindhoven - Een nieuw onderzoek heeft aangetoond dat de straatverlichting in woonwijken werkelijke veiligheidsvoordelen kan bieden voor zowel voertuigbestuurders als voetgangers als daarin gebruik wordt gemaakt van het witte licht van keramische metaalhalogeenlampen in plaats van ‘geel’ licht. Testen hebben bewezen dat voertuigbestuurders de bewegingsrichting van een object onder wit licht sneller konden waarnemen en interpreteren dan onder geel licht. Dit kon worden vertaald in een circa één meter kortere remweg bij een rijsnelheid van 30 km/h. Die afstand kan resulteren in een hogere veiligheid voor voertuigbestuurder en voetganger, want hij betekent het verschil tussen dood of verwonding, zwaar of lichter letsel, en letsel of een ‘bijna ongeluk’. Theoretische onderzoeken hadden al eerder gesuggereerd dat wit licht een veiligheidsvoordeel zou kunnen hebben, maar nu heeft het Lighting Research Center in New York (USA) in een onafhankelijk onderzoek onder werkelijke verkeersomstandigheden het verschil onderzocht tussen wit en geel licht in straatverlichting. Het doel daarvan was vast te stellen in welke mate de lichtkleur invloed heeft op de visuele prestaties en reactiesnelheid van automobilisten onder nachtelijke verlichtingscondities. Van speciaal belang was de reactietijd bij perifere visie. Perifere visie is een aanduiding voor het vermogen van verkeersdeelnemers om potentiële gevaren waar te nemen die van de zijkant naderen, bijvoorbeeld een kind dat plotseling de straat op loopt. In het onderzoek werden de hogedruknatriumlampen (SON) en Cosmo White (CPO) lampen van Philips vergeleken. De onlangs ontwikkelde Cosmo White-lampen bieden een zeer hoog systeemrendement en verbeterde optische prestaties. Automobilisten die deelnamen aan de test moesten een van de twee richtingen vaststellen van doelen die bewogen in hun perifere blikveld terwijl ze recht naar voren keken, en daarop reageren door te remmen of te versnellen. De beweging van het doel – in dit geval een namaakhert - werd geactiveerd doordat de voorwielen van de auto een bepaald punt passeerden. De auto was een Ford Focus met halogeen koplampen en de testomgeving bestond uit een 300 meter lang deel van een rechte,7 meter brede straat met twee rijbanen. De straatverlichting bestond uit vijf op masten gemonteerde, volledig afgeschermde straatverlichtingsarmaturen, op onderlinge afstanden van 8 meter. Deze werden uitgerust met respectievelijk Cosmo White- of hogedruknatriumlampen. Apparatuur voor het meten van activering en reactiesnelheid completeerde de experimentele meetopstelling. Dertien automobilisten namen deel aan de test die in totaal 14 pogingen onder 3 verlichtingscondities omvatte, en hun reactiesnelheden werden gemeten. In totaal werden er ’s nachts 546 metingen verricht. |